Internet   |   Personeelsweb   |   Eduweb   |   OuderwebSitemapzondag 05 februari 2012
 
 Zoeken  
 
 

Home - Leerling interviewt schrijfster Gonneke Huizing

Leerling interviewt schrijfster Gonneke Huizing

18-06-2010
Vestiging(en): 

Schrijfster Gonneke Huizing heeft een bezoek gebracht aan locatie Julianastraat van het Roelof van Echten College. De schrijfster van onder meer het boek ‘Mes op de keel’ gaf lezingen aan alle eerste klassen. Brugklasser Geert Braam had de eer haar te mogen interviewen.

 

Door: Geert Braam (1B2)

Waar bent u geboren?
“Ik ben geboren in Groningen.”

En wanneer?
“Op 11 april 1960.”

Hoe was uw jeugd?
“Ik had een goede jeugd. We woonden de eerste tien jaar in het centrum van Groningen, en daarna verhuisden we naar de rand van een dorp, waar we ook een poosje gewoond hebben. Na de basisschool ging ik naar de middelbare school natuurlijk, ik heb daar het VWO gedaan, en toen was ik 18.”

Was het leuk om in het centrum te wonen?
“Ja, dat was heel leuk, maar ik denk dat ik het leuker had gevonden als ik het tweede deel van mijn jeugd daar had gewoond. Als je kind bent en je woont dan aan een hele drukke straat, dan heb je niet zo veel ruimte om te spelen. En ben je een jaar of dertien, veertien, dan speel je toch weinig meer buiten, dan is 't toch heel leuk om de stad in te gaan of 's avonds uit te gaan.”

Waar woont u nu?
“Ik woon nu ook in Groningen. In een buitenwijk, vlak in de buurt van het Hoornse meer.”

Hoe voelt het als u een boek af heeft?
“Dan voel ik me ontzettend blij en opgelucht dat ik het weer gered heb voor de afgesproken datum, want ik spreek altijd met de uitgever een datum af. Als ik op een gegeven moment een idee heb en ik ben bezig te schrijven, dan bel ik de uitgever en zeg dat ik bezig ben. Dan spreken we ook een datum af. Ik ben zo'n type dat af en toe andere dingen gaat doen, en dan niet schrijft, en dan duurt het heel lang. Dus ik spreek een datum af en als het weer gehaald is dan ben ik hartstikke blij.”

En als u het niet haalt?
“Dat gebeurt eigenlijk nooit. Ik haal het altijd, daar zorg ik gewoon voor. Al moet ik een nacht doorschrijven, ik haal het.”

Hoeveel boeken heeft u geschreven tot nu toe?
“Een stuk of twintig, maar ook nog een aantal losse verhalen. Dat zijn er ook wel zo'n twintig. Dat zijn vooral verhaaltjes voor jongere kinderen.”

Heeft u een man?
“Ja.”

En hoe heet hij?
“Jan-Pieter.”

Waarom is schrijven voor u zo leuk?
“Ik vind schrijven vooral heel leuk omdat ik zelf kan bedenken waar ik over wil schrijven, dus ik mag zelf de onderwerpen verzinnen. Dus ik kan over dingen schrijven die ik interessant vind, of leuk, maar ik vind het ook leuk dat je zelf de baas bent. Ik kan de hoofdpersoon dingen laten doen of besluiten nemen wat ik zelf belangrijk vind.”

Wat is uw lievelingsboek?
“Mijn lievelingsboek is 'Brief van de koning' van Tonke Dragt.”

En waarom?
“Omdat ik dat een heel spannend verhaal vind. Ik heb het verschillende keren gelezen en ik heb het ook op luister-cd staan. Ik vind het gewoon een heel mooi verhaal, maar de zinnen zijn ook mooi geschreven.”

Heeft u Tonke Dragt wel eens ontmoet?
“Nee, want Tonke Dragt is een schrijfster die nooit in de openbaarheid treedt. Ik heb haar nog nooit ontmoet helaas. Da's wel heel jammer.”

Zou u dat wel eens keer willen?
“Ja. Maar ze is volgens mij al heel oud. Andere schrijvers hebben een website en Tonke Dragt niet, geloof ik. Ik heb wel een paar keer gekeken, misschien heeft ze er dit jaar één gekregen. Ook vind je veel schrijvers op Hyves, maar zij is op het internet slecht te vinden.”

Heeft u ook nog andere boeken gelezen van Tonke Dragt?
“Ja. Geheimen van het Zwarte Woud, het vervolg van 'Brief van de koning' heb ik gelezen, Ogen van tijgers, Torens van Februari, Torenhoog en mijlenbreed, bijna al haar boeken heb ik gelezen.”

Wat was uw grootste blunder?
“Even denken hoor... Ik moet heel diep nadenken. Ik zou het eigenlijk  niet weten! Ja, ik had een keer een lezing in Steenwijk. En ik had wel van tevoren op de kaart gekeken waar Steenwijk lag. Ik had nog geen Tomtom, die heb ik meteen daarna gekocht. Ik zou langs Heerenveen gaan en daar in de buurt er ook af, maar ik miste die afslag en toen wist ik het allemaal niet meer. Uiteindelijk kwam ik ook in Zwolle terecht, en toen ben ik ook via Zwolle naar Steenwijk gegaan, waar ik ook een uur te laat aankwam.”

Waren ze daar boos over?
“Nee, ze hadden er begrip voor. Ik vond het vervelend, ik was er ruim van tevoren weggegaan. En, ook dom, ik had geen kaart in de auto. Dus ik kon ook niet op de kaart kijken.”

Heeft u een woord wat u heel lastig vindt?
“Przewalskipaard. Dat woord is een keer in Het Groot Dictee der Nederlandse Taal.”

Doet u daar thuis aan dat dictee mee?
“Ja. Dan scoor ik nog best goed op, hoor.”

Heeft u ook kinderen?
“Ja, twee dochters.”

Hoe heten ze?
“Anne-Lynn, die is 16 jaar en Myrthe is 14. En sinds februari hebben we een pleegdochter van 3, die heet Vanessa.”

Wat zou u gedaan hebben als u niet schreef?
“Nou, dan stond ik vast nog voor de klas denk ik, en dan gaf ik nog les. Ik had dat 20 jaar gedaan en ben toen gestopt om meer te kunnen schrijven.”

Vond u dat niet leuk genoeg?
“Het lesgeven op zich vond ik wel leuk, met de leerlingen, of iets vertellen of uitleggen, of hier op scholen komen om iets over schrijven te vertellen, dat vind ik leuk. Maar wat ik niet leuk vond was het nakijken, zeker bij de bovenbouw is het veel nakijken met Nederlands, en alle vergaderingen bijwonen vond ik niet altijd even leuk.”

Wat weet bijna niemand over u?
“Denk je dat ik dat aan jou ga vertellen? Ik denk dat iedereen alles van mij weet.”

Wat is uw lievelings tv-programma?
“Ik denk dat het GTST is. Gewoon lekker elke avond om acht uur voor de tv met een kopje koffie.”

Waar houdt u absoluut niet van?
“'Ruzie.”

Heeft u ook huisdieren?
“Ja, twee poezen. Minoes en Snoepie heten ze.”

Hoe was uw tijd dat u op de middelbare school zat?
“Dat is al lang geleden. De brugklas vond ik niet zo leuk, omdat ik toen geen leuke klas had. Verder had ik een hele gezellige klas, en toen kwam er ook een meisje in mijn klas en daar ben ik nu nog bevriend mee. Ja, we hebben het heel gezellig gehad.”

Werd u ook gepest tijdens die schooltijd?
“Nee, niet gepest maar soms wel geplaagd.”

Wisten ander klasgenoten van u dat u een schrijftalent had?
“Nee. Dat wisten ze niet, want ik deed er op de middelbare school niet zo veel mee.”

 


terug